.


menu karawanken

Verslag reis naar Trier / Luxemburg
26 - 29 september 2008

“JE HOORT ONS OOK OVERAL…!”

Vrijdag 26 september

“Je hoort ons ook overal”, achteraf zou dit een zeer goed motto voor deze reis zijn en daar hou ik het dan ook maar bij. We begonnen in ieder geval goed: prachtig weer, iedereen op tijd bij de Sprong in Volkel – vroeg in de morgen zal het wezen (7 uur) – en ze waren er: de mannen met de pakken en de koffers. Een prima dubbeldeks bus van de firma Ruijs uit Lith met Hans als chauffeur stond al klaar, de twee Wimmen en andere ijverige handen zorgden ervoor dat alles keurig op zijn plaats kwam en uitgezwaaid door vele dames waren we om 7.20 uur op weg. Met 72 mannen!

Onze oudste reisgezel…….

en de jongste…..

Via Eindhoven en Aken kwamen we rond 10.15 uur aan in Monschau, een Luftkuhrort aan de Ruhr in de Eifel. Monschau ligt 350 tot 650 m. hoog en dat kon je goed merken, want ondanks de zon was het er nog fris. We verdeelden ons in drie groepen en drie gidsen vertelden ons waarom dit stadje (3000 inw.) zo bekend is. Het middeleeuwse stadje ligt recht onder de Schlossberg en telt vele schitterende vakwerkhuizen.  De kost werd er verdiend met de lakenindustrie en de mosterd. Kunstenaars hadden de plaats hier en daar voorzien van hun werken, soms begrijpelijk, soms ook niet.
           
Toen we elkaar weer troffen op het gezellige marktpleintje konden we het niet laten ons even  te laten horen aan de daar verblijvende toeristen.  Het werd zeer gewaardeerd….

 
----Je hoort ons ook overal

Aan de markt lag het restaurant Flossdorff. Daar genoten we van een degelijke Duitse maaltijd: soep, flinke varkensschnitzel en bitterkoekjes.
Om half drie dachten we te vertrekken, maar er waren er twee die via een grote omweg – “I did it my way” – meenden de bus te moeten bereiken; het werd tien over drie. Dwars door de mooie Eifel en met een volle buik reden we naar Trier.
Om vijf uur kwamen we daar aan. In de Brunnenhof hielden we o.l.v. Jos en met soliste Beatrice Bergér en de pianiste – uit “Roesland” – een stevige repetitie van anderhalf uur. Regelmatig kregen we applaus van het passerende publiek.

Tegen 7 uur reden we naar de Gutweinstube “Deutschherrenhof” in Trier-Olewig. Daar kregen we weer goed te eten en was er een kleine wijnproeverij door de Heer Oberbillig verzorgd. Ondertussen kon je ons weer horen; de aanwezige gasten genoten ervan.

Om half tien reden we naar ons NH Hotel bij het vliegveld van Luxemburg.
Omdat het al donker was werden eerst alle kostuums en koffers in de hal gezet en daar verdeeld. Door velen werd daarna nog een afzakkertje genomen in de bar van het hotel.
Een mooie dag, waarop veel te zien en te horen was.

 

Zaterdag  27 September

Na een goed ontbijt-buffet reden we om 9 uur naar Trier. Twee gidsen wachtten ons op bij het VVV-kantoor vlakbij de Porta Nigra en zorgden ervoor dat we veel te weten kwamen over deze prachtige stad. Het was weer heerlijk zonnig weer en vele toeristen gaven deze stad een gezellig aanzien en daar maakten we graag gebruik van. Want daags erop  zou in de Trierse Krant hebben kunnen staan `Trier weet nu wie de Karawanken zijn `.
           
Trier is een interessante, druk bezochte en levendige stad, gelegen in het brede gedeelte van het Moezeldal.  Met de voorstadjes telt Trier ongeveer 100.000  inwoners.  Het is een van de oudste steden van Duitsland. Volgens de Romeinen werd Trier omstreeks 15 voor Chr. gesticht door Keizer Augustus onder de naam “Augusta Treverorum”.  We bekeken de Porta Nigra, omstreeks 180 na Chr. gebouwd als onderdeel van de Romeinse stadsmuur, 36 m.breed, 30 m. hoog en 21 m. diep. Ze is nog een tijdje onderdeel van een kerk geweest. We liepen daarna door de fraaie winkelstraat met o.a. het bekende Dreikönigenhaus uit 1230 en kwamen zo op de middeleeuwse driehoekige Hauptmarkt met de Petrusbron.  Petrus is de schutspatroon van de stad.
           
Als de groepen elkaar troffen werd er even gezongen, – wat een van de gidsen de uitroep ontlokte “alweer een liedje!?” Uiteraard, mevrouw, daar zijn we voor gekomen…. je hoort ons overal!
Een van de mooiste en beroemdste gebouwen is de Basilica van keizer Constantijn, omstreeks 310 gebouwd als troonzaal van het keizerlijk paleis.
In de loop van de geschiedenis heeft het zeer diverse bestemmingen gekend. Omdat deze grote ruimte een prachtige akoestiek heeft, hebben we daar met vijf liederen gebruik van  gemaakt. Wat een verstilling, wat een verfijning, wat een sfeer, bijna hemels!
Omdat er een orgelconcert was in de Dom mochten we daar niet in. Om 12 uur werd de lunch gebruikt in Zum Christophel, zijn beeld staat in de hoek van de gevel.

Om half 2 gingen we inzingen op het podium aan de Brunnenhof. Omdat we gedurende de stads-wandeling flink reclame hadden gemaakt, was deze hof om half drie bij het begin van het concert aardig bezet. Regelmatig bleven er groepen wandelende toeristen staan  luisteren.
Zo kun je zeggen, dat we bijna voor elk lied apart publiek hadden. Voor de pauze zongen we wat serieuzere nummers, na de pauze werd het wat luchtiger. Het was een geslaagd concert.
   
Daarna werden er naast de Porta Nigra groepsfoto’s gemaakt en uiteraard gezongen voor toestromend publiek,  wat ons zelfs een applaus opleverde van Jos. Je ziet en hoort ons ook overal.
Om 5 uur reden we terug naar ons hotel in Luxemburg.
Omdat we niet terecht konden in de Kathedraal werd er afgesproken dat we op zondag om kwart over 8 zouden inzingen in een zaal van het hotel.

Dus een vrije avond. Om half 7 was het diner en daarna werd er volop meegezongen, want Jos had zijn accordeon tevoorschijn gehaald en het ging weer via bij ons in Brabant,en de tulpen uit Amsterdam tot de loewende klokken uit Limburg naar het kleine café aan de haven….Jos bleef de zaak aan elkaar spelen want “nie knieze nie zeure” ging geruisloos over in een musette en via “good bye lady” kwam Hans met een kennis uit Corsica op de canapé…daar was wat loos. Gelukkig kwamen we via een jungske uit Limburg weer met twee benen op de grond, dachten we, maar we hadden niet op Hans z’n limericken gerekend….rooie oortjes…maar we hebben wel gelachen.

 

Vanuit de eetzaal zakten we af naar de bar, waar al snel “Manuela “ aanwezig werd toegezongen en het kleine café…. je hoort ons ook overal!
Voor een koor…….een heerlijke dag

 

Zondag 28 September

Op tijd weer uit de veren, 7 uur liep het wekkertje af. Zoals afgesproken zongen we om kwart over 8 in….er waren toch wat krakende stemmen; hulpmiddeltjes moesten er aan te pas komen om de stem enigszins op toon te krijgen. Om kwart voor 9 met de  bus naar de O.L.Vrouwe Kathedraal van Luxembourg.
In een aparte repetitieruimte onderin de Kathedraal werd met de soliste Beatrice Bergér en Paul Breisch de organist de kleine Orgelmesse van Haydn doorgenomen.

Om half 11 was de dienst,  waarin werd voorgegaan door drie Heren – wat bij sommigen herinneringen opriep aan het vroegere rijke roomse leven – in een kerk die ook hier niet geheel gevuld was. Hij was wel rijk versierd n.a.v. het oogstdankfeest een week eerder; een voor ons onbekende heilige stond daarvoor in het middelpunt.
Hoewel we door onze plaats op het oksaal – zeg maar: zangzolder – niet direct contact met de voor- en kerkgangers hadden, werd er goed gezongen. Het applaus van de kerkgangers onderstreepte dat. Na de feestelijke tonen van het Toccata uit de orgelsymfonie van Widor waarmee Paul Breisch de viering afsloot, werden de soliste en de organist op het oksaal door onze voorzitter bedankt.
  
 Na de dienst maakten we diverse foto’s op de trappen van de kathedraal. Te voet gingen we naar het Mexicaans restaurant Chi Chis voor de lunch. Het lag op Place d’Armes. De spareribs en kippenvleugeltje gingen er met de friet goed in.

Tot kwart voor 4 waren we vrij om te doen en laten wat we wilden. Sommigen zochten een terrasje op, anderen maakten een kleine stadswandeling. En uiteraard werd er door sommige groepen ook weer gezongen.
Op zondag kon je duidelijk het verschil proeven tussen de stad Trier en Luxemburg; de eerste bruist van het leven, de tweede is op zo’n dag een saaie ambtenarenstad, waar weinig te doen en te beleven valt.

Nadat iedereen toch van een biertje of wijntje genoten had, stapten we om kwart voor 4 in de bus voor een stadsrondrit, begeleid door de (Nederlands-sprekende) gids Michel Kleine.
Hij liet ons het historische gedeelte zien, de diverse bruggen o.a. de rode, die op zijn waarde getest werd door de schoonmoeders, de Europese wijk, de wijk van de banken en de Côte de Lych met zicht op de Abdij Neumünster (ooit kazerne en gevangenis ) en de beroemde Kazematten.

Tegen 6 uur waren we weer in het hotel. Tot half 8 even rust. Na het aperitief in de bar gingen we om half 8 aan tafel in de aparte “Karawankenzaal”. Jos had Beatrice uitgenodigd voor dit diner en ze was er. Paté en sellerysalade gingen vooraf aan de spaghetti Bolognese.  Helaas zij opgemerkt dat de volheid van de glazen omgekeerd evenredig leek aan de prijzen! Maar ja, wat wil je in een EU-stad.

Toen de stemmen gesmeerd waren, kwamen we los en via Plovi, Dobru, Mala moya kwamen we bij de Nederlandse hits, de musette en de smartlappen; Henk was weer heel lief voor Manuela, Hans nam weer een kuis Mädchen aus Corsica naar huis, hoewel zijn gebaren andere richtingen aangaven…….Ad draaide met Beatrice een walsje…..kortom, toen we naar de bar liepen, zei iemand: leuk hè…..Jos bedankt.


Je hoort  ze  toch overal!

In de bar was het aanzienlijk rustiger, voor de fanatieke kaarters een pluspunt, voor de anderen een gezellige kout over van alles en nog niks.

 

 

Maandag 29 September

Aan alles komt een eind, een dooddoener maar het is niet anders. Op tijd op en na het ontbijt met goed weer de Eifel in…..dachten we, maar de middendeur van de bus wilden niet dicht….de elektronica liet het afweten. Na een telefoontje met het bedrijf wilde hij luisteren en konden we gaan rijden.
 
Via de autowegen reden we naar Bergheim, tussen Keulen en Düren gelegen. Daar was de lunch in  Restaurant Bedburger Mühle. We waren daar om kwart voor 12 en ook hier weer een stevige Duitse maaltijd.

Tegen een uur reden we naar de bruinkoolmijnen van de RWE, waar een dame ons in het info zaaltje vertelde, wat hier allemaal te doen is. Uiteraard hadden we haar eerst toegezongen. Dat viel in goede aarde. In twee andere bussen maakten we een rondrit door deze indrukwekkende bruinkoolmijn.
  

Tot slot zongen we als dank voor de twee gidsen “Wie schön bist du….”  en reden om kwart voor vijf naar Velden, voor het slotdiner in restaurant De Maasduinen.

Het diner was al bekend: groentesoep met balletjes, baklappen met diverse groenten en frites/gebakken aardappelen, ijs na.

Ondertussen diverse speeches:
Voorzitter Frans bedankte en memoreerde aan enkele belangrijke zaken:
- het goede weer, de muzikale hoogtepunten,
- de integratie van de nieuwe leden,
- de ontdekking van nieuwe talenten o.a. een  kunstfluiter/ jodelaar enz…
- de keuzes van de reiscommissie – Han, Frans, Bas, Wim en Biek - werden als zeer goed ervaren.
Zij werd dan ook zeer terecht heel hartelijk bedankt, evenals onze energieke en enthousiaste Jos, Cor de Koning en Hans de chauffeur.
De reiscommissie kreeg als aandenken een boekje over Trier.
Daarna kreeg Han,de voorzitter van het reiscomité het woord; zijn woorden waren:
Vandaag besluit ik de cursus “eerste” viool te beëindigen.  (Herman Krebbers zei dat ooit).
Dank aan de kontaktpersonen van 's-Hertogenbosch en Trier, Gerard Verkuijlen en Dhr.Lentes
Dank aan Wim en Wim en de krattenbeheerders voor de hulp; Wil Boleij voor de euro’s, Karel en Sjef die het verslag gaan verzorgen, Jo Cox en Toon van Beek voor hun camera-werk en de P.R.-Commissie.
Hij was zeer tevreden en voldaan.

Daarna een woordje van Jos:

De overeenkomst tussen Herman Krebbers en Han is, dat beiden beperkt zijn geraakt doordat ze hun schouders uit de kom hadden gevallen.

Jos vond dat we fantastisch gezongen hadden en als hoogtepunt zag hij het spontane optreden in de Basilica te Trier. Hij hoopt nog lang dirigent te blijven van dit geweldige koor….. applaus en een lied Zum Wohl.

 

 

 

Rond 8 uur reden we naar Volkel. Daar kwamen we om tien over 8 aan, verwelkomd door vele dames. Alle pakken en koffers kwamen weer bij de juiste man terecht en even later was het weer heel rustig in Volkel.

Aan een geweldige, goed georganiseerde, zonnige, muzikaal verantwoorde reis was weer een einde gekomen. Jammer. Ik denk dat het volgende reisdoel al bezongen is. Timboektoe en Corsica zijn diverse malen bezongen benoemd.

Wie weet, want
 
Je ziet,                                  
 Je ziet ons,                         
 Je ziet ons ook,              
Je ziet ons ook overal

Je hoort,
Je hoort ons,
Je hoort ons ook,
Je hoort ons ook overal.

Karel van Veijfeijken
Sjef van Esch